Weblog
home | archief 1| archief 2 | archief 3 |

STOPPEN. EN DAN?

Jaren geleden had ik een cliënte die tijdens een outplacementtraject besloot om te stoppen met werken. Ze kon makkelijk een andere baan krijgen, was eind dertig en haar eigen werkgever was nog bereid tot herplaatsing.

De andere deelnemers aan haar workshopgroep begrepen er niets van. Ze wilde niet meer meedoen met de sollicitatietraining en was niet van plan haar cv aan te passen. Een van de groepsleden heeft heftig op haar ingepraat. Hij was zelf in de markt voor zware managementfuncties en kon zich niet voorstellen dat zij het echt meende. Dat hij zijn baan was kwijtgeraakt voelde hij als een diepe belediging, en hij kon zich niet voorstellen dat hij zonder een mooie en interessante baan verder door het leven zou gaan. Dat hoefde ook niet, na enige mislukte sollicitaties vond hij een nieuwe spannende baan waar zijn kwaliteiten op prijs werden gesteld.

Mijn cliënte - laat ik haar Lysette noemen - begreep wel dat de groep haar niet meer zag zitten na haar beslissing. Tenslotte had ze zelf jarenlang met groot enthousiasme gewerkt in een kleine organisatie die nu was opgeslokt door een bureaucratische moloch. Daar voelde ze zich niet thuis, was een radertje in de machine in plaats van de spin in het web. Ze had zich opgewerkt van administratief medewerkster tot leidinggevende en stond met hart en ziel achter de doelen van de oude organisatie.

In individuele gesprekken legde ze haar overwegingen op tafel. Ik liet haar de consequenties zien van haar beslissing, zowel voor de invulling van haar leven als financieel. Ze bleef bij haar keuze. Ze wilde andere dingen doen in haar leven dan geld verdienen voor een baas in een organisatie die haar verder niets zei.

Ik moest aan haar denken toen onlangs iemand tegen me zei: 'ik word niet gelukkig van dit werk, van deze baan.' Het klonk een beetje boos en een beetje wanhopig. In deze tijd worden we blijkbaar geacht blij te zijn dat we een baan hebben, geluk is even niet in de mode. Nee, hij ging zijn baan niet opzeggen, dat kon hij zich niet veroorloven, de huur moest tenslotte betaald worden. Maar als de recessie achter de rug was ...

Ik dacht ineens aan Lysette, met haar beslissing jaren geleden. Ze is gaan doen wat ze wilde, en een paar jaar later was ze dood. Overleden aan een ernstige ziekte. Nooit heb ik geweten of ze al wist van die ziekte toen ze haar keuze maakte. Garantie op geluk zit er niet in, welke beslissing je ook neemt.

 

#  01 - 05 - 2014
Deze column is gepubliceerd in LoopbaanVisie, nummer 2 april 2014

 

 

 

 

 

HANDBOEK ZELFSTANDIGEN 2014
voor freelancers, zzp'ers en eigen bazen
auteur: Tijs van den Boomen
uitgever: Uitgeverij Nieuwezijds


Het begon in 1996 als 'handboek freelancen'. Ik denk dat ik sinds 2000 geen jaar heb overgeslagen, en nu ligt het in mijn werkkamer als 'Handboek zelfstandigen 2014'. Ik geloof dat het ook nog een tijdje 'handboek zzp' heeft geheten en 'zzp 2012'. Hoe dan ook, elk jaar komt er een vernieuwde en bijgestelde editie uit die is afgestemd op nieuwe ideeën en nieuwe valkuilen of nieuwe belastingmaatregelen.

Eigenlijk is dit handboek een naslagboek, een soort encyclopedie: je zoekt er in op wat je wilt weten en wat voor jouw situatie belangrijk is. Lezen van A tot Z zullen weinig mensen doen, ik in elk geval niet. Ik kijk wel elk jaar wat er nieuw is. Voor 2014 zijn dat onderwerpen als freelancen in tijden van crisis (wed op meerdere paarden), Facebook voorbij (de zin en onzin van social media), samenwerkende zelfstandigen (van flexibele collectieven tot broodfondsen) en de actuele belastingcijfers. Ook de aankondiging dat de VAR (verklaring arbeidsrelatie) waarschijnlijk niet het eeuwige leven heeft, en dat er in 2015 mogelijk een nieuwe constructie komt. De belastingdienst gaat er op dit moment van uit dat veel Varren niet correct zijn, en is daar inmiddels een onderzoek naar gestart, kan ik uit eigen ervaring melden.

Van den Boomen ziet vijf categorieën zelfstandigen: 1. jong, flexibel en ondernemend; 2. de klassieke freelancer; 3. de parttime ondernemer; 4. de zilveren zelfstandige en 5. de ondernemer tegen wil en dank. In het inleidende hoofdstuk 'Zelfstandigen in soorten en maten' geeft hij aan hoe je kunt onderkennen in welke categorie(ën) je valt en aan welke hoofdstukken uit zijn boek je dan veel kunt hebben.

Praktische informatie vind je bijvoorbeeld over: marketing, promotie en tarieven, netwerken en klanten binden, offertes en contracten, begroting, boekhouden en belastingaangifte. Maar ook over beginnen vanuit een uitkering, een financieel stappenplan, verzekering en btw. Voor elke zzp'er in de loopbaanwereld (en dat zijn er veel) een basisboek, maar ook noodzakelijk voor cliënten die voor zichzelf willen beginnen. Bovendien uiterst leesbaar geschreven, wat je niet van alle handboeken kunt zeggen.

#  01 - 05 - 2014
Deze boekbespreking verscheen in verkorte vorm in het vakblad LoopbaanVisie nr 2 april 2014

 


 

 

CERTIFICERING:
VAN COACH TOT LOOPBAANPROFESSIONAL

Coach was ik al toen dat begrip alleen in de sportwereld gebruikt werd. Ook al staat op mijn diploma dat ik counsellor ben. Nooit heb ik dat woord gebruikt om aan te geven wat ik doe voor mijn beroep. 'Counsellor, wat een raar woord' dacht ik toen ik jaren geleden dat diploma uitgereikt kreeg, na een studie van vier jaar. Maar ja, het was een Engelse opleiding, en in Engeland noemen ze dat zeker zo, dacht ik verder. In Nederland had ik er in elk geval nog nooit van gehoord.

Coaches bestonden volop in de sportwereld. Maar eind jaren tachtig werd ik ineens 'coach' bij een omscholingsproject voor werkloze hbo'ers en academici, want die had je veel in die jaren. Met ESF-geld werden ze dan heel duur omgeschoold tot een beroep waar wel emplooi voor was, in plaats van de filosofie of de sociologie waar ze zes jaar in gestudeerd hadden. Wij coaches glimlachten zachtjes bij dat woord 'coach' dat we door het opleidingsinstituut opgeplakt hadden gekregen, en vonden zelf dat we gewoon trainer, opleider of loopbaanadviseur waren.

Kort daarna ging ik werken bij een outplacementbureau en werd als vanzelfsprekend lid van de NOLOC, de beroepsvereniging voor loopbaanadviseurs. Ik geloof zelfs dat het toen nog 'orde' heette, een stuk sjieker dus. Net zoiets als de notarissen. Mijn directeur was een van de oprichters; hij vond dat zijn adviseurs lid moesten zijn en betaalde ook het lidmaatschap.

De eerste keer dat ik naar een bijeenkomst ging wist ik niet wat ik zag: een zaal vol heren in driedelig pak, stijlvol en deftig, in mijn ogen tenminste. Groot contrast met de vereniging voor beroepskeuzeadviseurs waar ik voor die tijd lid van was: voornamelijk vrouwen met sociale-academie-haar en bijpassende kleding. Jaren later zijn deze verenigingen gefuseerd, met als resultaat een bloeiende club waar de vrouwen in de meerderheid zijn, geen driedelige pakken meer maar wel veel dames in een zakelijke outfit.

De derde beroepsvereniging waar ik ooit lid van was heette O-kwadraat, een vereniging van opleiders. Ook weer een hoog herengehalte, maar wel heren die ter onderscheiding een grote snor droegen. Contributie werd betaald door mijn werkgever, een overheidsinstelling.

Ik ben alweer jaren zzp'er, ik sta in drie registers: bij de beroepskeuzeadviseurs, bij de NOLOC en bij het CMI. En ik betaal alles zelf. Ik timmer namelijk aan de weg met een wekelijkse loopbaanadviesrubriek op www.intermediair.nl , ik heb geen academische titel en ik wil op deze manier aantonen dat ik niet van de straat ben. Want elke tuinman, boekhouder of docent mag zich loopbaanadviseur of coach noemen in ons onbeschermde beroep. Ook als hij nooit een opleiding tot coach of adviseur heeft gevolgd, en alleen iets weet van astrologie of andere alternatieve richtingen. Daarom laat ik graag zien dat ik een vakvrouw ben. En dat ik voldoe aan de criteria van een beroepsvereniging en van een certificerende instelling. Nu nog wat meer opdrachtgevers die dat ook belangrijk vinden.

#  29 - 03 - 2014

 

VROEGER

Vroeger was alles beter. Als ik iemand dat hoor zeggen krijg ik altijd de kriebels. Alles beter? Doodgaan aan griep of aan blindedarmontsteking. Ieder jaar een kind krijgen. De helft van die kinderen verliezen aan wat nu bijna uitgeroeide kinderziektes zijn. Weduwe worden en dan de was gaan doen voor andere mensen, want iets anders kun je niet. Een boterham met tevredenheid. Op je dertigste een kunstgebit of een tandeloze mond. Als ongetrouwde vrouw bij je ouders blijven wonen en ze tot hun dood toe verzorgen. Naar de huishoudschool ook als je goed kunt leren.

 Ja, vroeger was er onbespoten spinazie en in de weilanden groeiden pinksterbloemen. Maar wie had tijd om daarvan te genieten? Mannen met een werkdag van veertien uur? Kinderen die kinderarbeid in de fabriek verrichtten? Vrouwen die de hele dag bezig waren het huis schoon te maken, de kachel aan te houden, de kinderen te verzorgen en kleren met de hand te wassen?

Op de oude plaatjes in de Ot en Sien boeken ziet het er allemaal romantisch uit. Lange rokken, mutsen en schorten. Een wasrek waar je met een laken een tent van kon maken. Wat je niet ziet zijn de weeskinderen die na elke epidemie in groten getale in een weeshuis werden gestopt. Weeshuizen die - in elk geval in Nederland -   opgeheven zijn, want weeskinderen zijn er gelukkig niet veel meer. Net zo min als vondelingen. Als er nu een kind te vondeling wordt gelegd, zien we het allemaal op de tv en we spreken er schande van.

Ik kan dus niet zo goed tegen dit soort nostalgie. Het heeft me eens de vriendschap gekost met iemand die heilig gelooft in onbespoten groente en houten speelgoed in plaats van plastic. En vooral geen moderne geneesmiddelen zoals antibiotica, dat deden de mensen vroeger toch ook niet. Nee, toen gingen ze gewoon jong dood. Aan kraamvrouwenkoorts of aan bloedvergiftiging, of omdat ze hun hele leven veel te zwaar gewerkt hadden om gezond oud te worden. Maar dat mocht ik allemaal niet zeggen, want zo was het niet. Vroeger was het allemaal veel beter.

 

#  21 -  03 - 2014


 

KLEMTOOOONEN

In een radio-interview spreekt een mevrouw over 'democrAtie' en 'ONDERvoeding'. Die kende ik nog niet.

Als je een beetje oplet en er gevoel voor hebt, merk je dat veel klemtonen in onze taal aan het verschuiven zijn. 'POlitiek' en'Economisch' zijn inmiddels normaal Nederlands geworden, luister maar naar de nieuwsuitzendingen op de radio. Maar ONDERvoeding? Daar krijg ik een heel ander beeld bij dan van uitgemergelde kindertjes in een noodgebied. Onder is bij mij nog altijd een tegenstelling met boven, en wat is dan bovenvoeding? Al die fors uitgevallen mensen in de obesitas-uitzendingen, die twee stoelen nodig hebben om op te zitten, zijn die bovengevoed?

In de radiowereld hadden we vroeger een standaardgrapje. De regisseur zei dan: 'jongens, denk aan de klemtoooonen'. Dat was dan even opletten en streepjes zetten in de tekst. Misschien zijn de regisseurs die de klemtoooonen kennen wel uitgestorven inmiddels. Zelfs het woord 'regie' heeft een andere betekenis gekregen. In de aankondiging van een conferentie staat als onderwerp 'de regie van de stad', en het gaat echt niet over een toneelstuk. In personeelsadvertenties voor managers gaat het over de regie-voering van een afdeling.

Soms vraag ik me af hoe de mensen over honderd jaar zullen spreken. Articuleren ze nog, of gaat het allemaal binnensmonds net als bij de nieuwslezers die 's morgens vroeg alles afraffelen om binnen de tijd klaar te zijn? Ik ben altijd blij als om acht uur iemand dienst heeft die de woorden normaal verstaanbaar uitspreekt, zonder de helft in te slikken.

Terwijl ik dit schrijf denk ik aan mijn moeder die op hoge leeftijd vond dat de acteurs zo onverstaanbaar spraken. Die aan mij vroeg bij een enthousiast verhaal van mijn dochter 'wat zegt ze allemaal?' Word ik soms oud? Maar dat van de klemtoooonen is waar, het staat zelfs in de NRC en soms in het blad 'Onze Taal'. Meestal als de klacht van een oudere taalpurist.
En toch ben ik tegen ONDERvoeding.

#  16 - 3 - 2014

 

DE ERGSTE ZINNEN

'We moeten even praten.'
Dit simpele zinnetje staat nummer één in de toptien van zinnetjes die bij veel mensen onrust of angst oproepen. Op nummer twee staat: 'De baas wil je nù spreken.' Op nummer zeven: 'Ik moet je iets vertellen.' De rest laat ik maar weg.

 

We kennen ze allemaal. Van die zinnetjes waarbij je meteen denkt dat je iets verschrikkelijks gedaan hebt, of juist iets heel belangrijks hebt vergeten. Hoe zacht of vriendelijk de ander die woorden ook uitspreekt, in gedachten komen de rampen meteen op je af. Angst en onrust, het zweet breekt je uit.

Precies om die reden liet een Britse fabrikant van deodorant een onderzoek doen waar deze toptien uit naar voren kwam. Ik zie de advertenties en de tv-reclames al voor me. De onzekere medewerker wordt met zo'n zinnetje naar het kantoor van zijn baas geloodst. Hij voelt de transpiratievlekken in zijn oksels ontstaan, nog voor hij de kamer bereikt.

Denk ook eens aan de vrouw die na het eten even rustig met haar man napraat over de dag, nu de kinderen in bed liggen. En dan zegt hij: 'Ik moet je iets vertellen.' Vlekken in haar gezicht, het zweet breekt haar uit.

Voor de ramp losbarst komt dan de poeslieve en doodkalme stem van de reclamemeneer of mevrouw. "Had je nu maar XXX gebruikt, dan kon je rustig dit gesprek tegemoetzien zonder die akelige transpiratiegeur in je bloes.' De volgende scene toont een stralende echtgenote die vrolijk zegt: 'Vertel maar, schat.' Of de medewerker komt bij zijn baas binnen met de woorden 'wat goed dat je even tijd voor mij vrijmaakt'.

God hoort ze brommen, maar dat zit van binnen. Met die ideale deodorant merkt niemand er iets van.

 

#  03 - 03 - 2014

 

________________________________________________________

 

 

WAAROM STAGIAIRES ASSERTIEF MOETEN ZIJN

'Kom je zo even naar mijn kamer?'
Wat heb ik nu weer gedaan, denkt Annet.
Uit de stem van
Hank kan ze niets opmaken, het kan vriezen of dooien.
Maar ja, als de creative director van hun reclamebureau roept, dan komt ze.


'Heb je al actie ondernomen voor een nieuwe stagiaire?
Dat valt dus mee, geen geschreeuw vandaag. Maar hij biedt haar ook geen koffie aan.
'Ik weet eigenlijk niet of we daar weer aan moeten beginnen.'
Hank kijkt haar zwijgend aan. Hoe zal ze dit nu eens inkleden?
Ze haalt diep adem en springt in het diepe.
'Die vorige stagiaires waren geen succes. Lieve kinderen hoor, maar een stelletje sufkoppen eigenlijk. Die hogeschool brengt ze wel wat vakkennis bij, maar ze hebben geen idee hoe ze op de been kunnen blijven in zo'n bureau als dat van ons.'
Terwijl Hank rood aanloopt voelt ze zichzelf alsmaar kleiner worden.

'Dan zorg jij maar dat ze het wel leren. Daar betaal ik je voor tenslotte. Ik wil volgende week drie sollicitanten zien. En nu mijn kamer uit.'
Annet voelt zich op dit moment de grootste sufkop. Hoe kan ze iemand leren wat ze zelf niet kan? Hoe kan ze een student leren assertief te zijn als ze zich zo op haar kop laat zitten door haar baas, net als haar collega's?

Even later hangt ze aan de telefoon met de stagecoördinator van de hogeschool. En ze hoort zichzelf zeggen: 'Dit jaar graag een student die echt in de sfeer van ons bureau past. Assertief, iemand die zijn mond durft open te doen, die zich niet meteen in de hoek laat zetten. Die geen moeite heeft met autoriteit.'
De stagecoördinator is even stil. Hij haalt hoorbaar adem voor hij zegt: 'Ik zal je de ergste studenten sturen die we in huis hebben. Hoeveel wil je er?'
Opgelucht zegt ze: 'Drie om te beginnen. Graag ook een reservelijstje, dan hebben we wat te kiezen.'
En ze neemt zich voor te zorgen dat de meest arrogante assertieve onbeschofte student de baan krijgt.

 

#  02 - 03 - 2014

________________________________________________________

 

WIE BEN IK?

'Er is het een en ander veranderd tijdens je vakantie.'
Mijn collega-beroepskeuzeadviseur - ja, het is lang geleden - heeft net deze woorden uitgesproken en kijkt me nu wat meesmuilend aan. Vraagt ze zich af hoe ik zal reageren? Verheugt ze zich op het doorgeven van een boodschap die ik niet plezierig zal vinden? Leedvermaak is het woord waar ik pas achteraf op kom. Leedvermaak omdat mijn zelfstandigheid als professional door het bureau wordt ingeperkt via een standaard testprogramma. Tot dan toe kan ik zelf een programma voor mijn cliënt opstellen, de onderdelen uitzoeken waar die cliënt behoefte aan heeft. Mijn rol van beroepskeuzeadviseur is teruggebracht tot een soort testassistent.

Korte tijd later is die rol al weer uit de tijd: 'procesbegeleiding' is het nieuwe toverwoord. Adviseurs en psychologen moeten de nieuwe methodiek leren: trainen in empathisch en non-directief begeleiden (het woord coachen is nog niet in zwang) en zo de cliënt zijn eigen keuze laten maken, in plaats van die vanuit hun eigen deskundigheid voor te schotelen. Cliëntgericht werken dus, gebaseerd op de dan splinternieuwe theorie en methodiek van Carl Rogers. Nou ja, splinternieuw in de Nederlandse beroepskeuzewereld. In Amerika verscheen Rogers' handboek 'Freedom to learn' al in 1969, hier dringt het pas door halverwege de jaren zeventig. Testen is 'out', procesbegeleiding is 'in'. Op de sociale academies en de beroepskeuzebureaus circuleert in die periode de film 'Gloria', waarin eenzelfde cliënt een sessie volgt bij Carl Rogers, bij Fritz Perls (Gestalttherapie) en bij Albert Ellis (RET). We hebben nog veel te leren.

De veranderingen in ons vak zijn nooit opgehouden, gelukkig. We heten geen beroepskeuzeadviseur meer, maar loopbaanprofessional. Sinds de procesbegeleiding gaan we ervan uit dat de persoon van de coach - zo noemen we nu de begeleider - mogelijk belangrijker is dan de methodiek of de techniek die hij gebruikt, en we hebben geleerd ook zelf te kiezen uit rolgedrag dat de cliënt nodig heeft. Confronteren moet je kunnen (en durven), maar alleen als je denkt dat de cliënt er verder door komt en niet omdat je zelf toevallig buikpijn hebt. We durven onze intuïtie te gebruiken. We gaan naar workshops provocatief coachen, enneagram, mindfulness, ubuntu of stresscounseling, Intussen zijn we doorkneed in het gebruik van de sociale media en testen mag ook weer.

De basisvragen van ons vak zijn nog hetzelfde: wie ben ik, wat kan ik, wat wil ik en hoe kan ik dat bereiken.
Maar wie is de 'echte' loopbaanprofessional?

 

#  24 - 02 - 2014

Deze column is gepubliceerd in het vakblad LoopbaanVisie nr 4  oktober 2013.

 

________________________________________________________

 

 

STRATEGISCH COACHEN

Bij het woord 'strategisch' kruip ik altijd een beetje weg, figuurlijk dan. In mijn hoofd zie ik belangrijke mensen rond een vergadertafel, mannen in pak, dure pakken natuurlijk. Zij bepalen beleid, richting en strategie in een taalgebruik waar de belangrijkheid vanaf druipt. Niet mijn taalgebruik in elk geval. Ik hoor daar niet bij, het is boven mijn niveau. Tegen een loopbaancliënt zou ik in dat geval zeggen: 'maak je je nu niet kleiner dan je bent?' Ik voel me heftig 'nee' schudden. Strategie is niets voor mij, dat is voor anderen.

Toch zit ik in een zaal met coaches en managers, als deelneemster aan een Mastertour Begeleidingskunde over het onderwerp 'strategisch coachen'. Op het podium gespreksleider Harry Starren die de spreker ondervraagt of beter gezegd prikkelt met uiterst vriendelijke maar doordringende vragen. Hij heeft even eerder ook de zaal geprikkeld om met vragen te komen, die hij aan Mathieu Weggeman zal voorleggen.

Weggeman is de spreker, de autoriteit. Hij staat achter de lessenaar en schopt met zijn verhaal al mijn ideeën en gedachten over strategisch coachen onderuit. De hoofdlijnen van zijn verhaal gaan over twee onderwerpen:
1) anarchistisch coachen (professionals helpen met foppen) en
2) managers helpen met differentiëren.
Dat laatste onderwerp hangt er een beetje bij, daar blijft minder tijd voor over. Gelukkig maar, want dat anarchistisch coachen blijkt fascinerend. Onder zijn verhaal schieten mijn gedachten alle kanten uit, ik probeer aantekeningen te maken maar ik kan hem niet bijhouden. Hij maakt gehakt van alle bureaucratische regeltjes binnen organisaties, leert zijn cliënten 'meestribbelen', doen alsof ze volgzaam alle voorschriften opvolgen maar die intussen rustig aan hun laars lappen. Als je coacht kun je in een ingewikkeld dilemma terechtkomen, zegt hij. Volgens je opdracht help je mensen om beter te functioneren binnen hun organisatie, maar als je dat niet anarchistisch doet draag je bij aan het instandhouden van een (in jouw ogen) ongewenste organisatiecultuur.

De zaal wordt er heel vrolijk van, iedereen herkent blijkbaar de voorbeelden die Weggeman geeft.
Planning en control noemt hij 'infantiele bureaucratische nikserigheid', waar hij zelfsturing tegenover stelt. Evidence based gezondheidszorg stoelt op een gebrek aan vertrouwen. Zo schopt hij feestelijk tegen de heilige huisjes waar we binnen organisaties dagelijks mee te maken hebben. Hij haalt een uitspraak aan van Hans Galjaard: 'Niets is zo ongelijk als de gelijke behandeling van ongelijken.' Managers moeten leren differentiëren, en coaches zijn er voor om managers te helpen dat te durven. Dat kan een coach pas als hij 'het vermogen heeft om onnozel naar de wereld te kijken'. Hoor ik hier een link met Socratisch coachen?

Aan het eind van de sessie zegt hij iets dat ik me herinner uit de allereerste cursus die ik als professional 'in company' gevolgd heb:' organisaties bestaan niet, ze bestaan uit mensen'. Vrolijk en tevreden ga ik naar huis. De volgende ochtend raad ik mijn cliënt aan om de formulieren van het UWV, waarmee ze een aanvraag kan doen om stage te lopen, niet in te vullen. Gewoon doen, die stage.
Anarchistisch coachen dus.

 

#  23 - 02 - 2014

________________________________________________________

 

ONDERNEMER TEGEN WIL EN DANK

'Zzp'ers vertegenwoordigen de gemiste kansen van arbeidsorganisaties om talent en ondernemendheid binnen de deur te houden. Wanneer senioren noodgedwongen kiezen voor een zzp-bestaan in een bevooroordeelde arbeidsmarkt is de pijn tweezijdig.' Dit is de tiende stelling bij het proefschrift over intrapreneurship van onze collega loopbaanprofessional Gert van Brussel. Hij promoveerde aan de Open Universiteit en ik hoop dat er een Nederlandse publieksuitgave komt voor de niet-academici onder ons.

Ondernemers tegen wil en dank zijn er veel, en eerlijk gezegd behoor ik daar zelf ook toe. Het outplacementbureau waar ik werkte ging eind jaren negentig failliet, ik was toen al zo'n senior en merkte dat vacatures die 'precies pas' waren aan mijn neus voorbijgingen. Ja, ik kon wel bij een ander bureau freelancen, maar dan moest ik weer tekenen voor een anticoncurrentiebeding en dat wilde ik niet meer.

Cliënten kwamen intussen vanzelf uit de lucht vallen, naar mij toe gestuurd door vroegere cliënten die inmiddels ergens hoofd P&O waren. Zij belden mij met de vraag 'doe je nog loopbaanbegeleiding?' en ik zei ja. Zo begon ik voor mezelf, iets wat ik nooit geambieerd had.

Ik moest nieuwe keuzes maken: wel of niet met groepen werken, wel of niet trainingen en workshops geven, kiezen voor bepaalde doelgroepen, alleen werken of samenwerken met collega's. Voor het werken met groepen zou ik over zaalruimte moeten beschikken (het Coachhuis bestond nog niet) en ik zag op tegen het gedoe van deelnemers werven en alles wat daarmee samenhing. Ik koos dus voor individuele cliënten, en wist dat ik altijd naar collega's kon doorverwijzen die wel workshops en trainingen gaven.

In de loop van de twaalf jaar dat ik zzp'er ben begon ik te genieten van de vrijheid die deze manier van werken oplevert. Zelf mijn werktijd bepalen, ook de mogelijkheid om 's avonds met cliënten te werken en overdag naar fitness te gaan of te zwemmen. De ruimte om nieuwe dingen te doen, zoals lesgeven in het schrijven van columns en in autobiografisch schrijven. Daarnaast mijn kennis en vaardigheden gebruiken om een wekelijkse loopbaanrubriek te maken voor de website van Intermediair. De tijd en de ruimte nemen om als mentor van het CMI collega's te begeleiden bij het certificeren.

Mijn avontuur om tegen wil en dank ondernemer te worden is dus geslaagd. Toch zal ik lang niet iedereen aanraden om die stap te zetten. De senioren uit de stelling van Gert van Brussel zouden bijna altijd liever in loondienst werken, maar staan met hun rug tegen de muur omdat werkgevers bevooroordeeld zijn tegenover sollicitanten van boven de 45. In mijn loopbaanrubriek op internet heb ik onlangs een vraag geplaatst van iemand die waarschijnlijk door haar leeftijd niet aan de bak kwam. Lezers konden reageren, en nog nooit kwamen er zoveel boze, gefrustreerde en wanhopige reacties van leeftijdgenoten van de vraagstelster. Dat is de pijn van de senior. Die andere pijn zit bij het bedrijfsleven of de overheid, die de kans mist om talent binnen te halen of binnen te houden.

#  10 - 02 - 2013

(deze column is gepubliceerd in 'LoopbaanVisie' -  onafhankelijk vakblad voor loopbaanprofessionals, nummer 1 - januari 2013)

________________________________________________________

 

EEN INTERESSANTE TOEKOMST

Mijn kleinzoon is student informatica. Hij had geen loopbaanadviseur of schooldecaan nodig om zijn keuze te maken. Iets anders dan computers valt buiten zijn gezichtsveld, denk ik. Zijn toekomstige werk zal zich waarschijnlijk ver van Nederland afspelen, een interessante toekomst.

Wie zal over een jaar of tien nog loopbaanadviseur willen worden? Tegen die tijd haalt ieder alle informatie over opleidingen en beroepen van internet, stelt vragen waar hij mee zit aan een e-coach, kan door alle beperkende regels niet van studie switchen of meer dan één masterstudie voltooien. Studiefinanciering is dan iets uit het verleden, en iedereen boven de veertig is stokoud in de ogen van werkgevers, net als in 2012.

De loopbaanadviseurs van nu, of ze Noloc erkend zijn of CMI gecertificeerd, noemen zich dan allemaal coach. Levensloopcoach, leefstijlcoach, balans-werk-en-privé-coach, hoogbegaafdheidscoach of misschien wel nadenkcoach. Allemaal zijn ze gespecialiseerd in een bepaalde doelgroep: jongeren, studenten, starters, bêta's, hoogopgeleiden, techneuten, vrouwen, bijstandsmoeders of gehandicapten.

Elke cliënt is flexwerker, een vaste aanstelling is zó 2004. Om de drie jaar wordt dus iedereen een tijdje werkloos en moet opnieuw solliciteren na een minimale periode waarin recht bestaat op een werkloosheidsuitkering.

Stop.
Dit is een beeld om moedeloos van te worden. Even overstappen dus naar de andere kant. Het loopbaanvak professionaliseert in hoog tempo, in 2020 is er een flink aantal universitair afgestudeerde loopbaanprofessionals. Het vak heeft dan een stevige wetenschappelijke basis, gedoceerd door bevlogen hoogleraren. Zij begeleiden promovendi, die onderzoek doen over de knelpunten en zo weer nieuwe ontwikkelingen in gang zetten.

Daarnaast heeft marketing en personal branding een hoge vlucht genomen. Elke zzp'er zet zichzelf uitermate zichtbaar in de markt met zijn unique selling points. Het aantal boeken met volstrekt nieuwe begeleidingsmethoden is niet meer te tellen. Uiteraard te koop via internet als digitale boeken voor de e-reader of de tablet. De opvolgers van LinkedIn en Facebook zorgen voor een groot virtueel netwerk van adviseurs en coaches.

In 2020 doen nieuwe loopbaantheorieën de ronde, ontwikkeld in Australië of in de Verenigde Staten. Van al die oude theorieën klopte geen moer, die kunnen in de prullenbak. In het vakblad LoopbaanVisie staan enthousiaste artikelen van onderzoekers en collega's die het licht gezien hebben, met prachtige modellen van cirkels en driehoeken in 3D. Zo moet het worden, het jaarlijkse loopbaancongres laat een zaal vol adviseurs zien die staan te trappelen om de nieuwe ideeën toe te passen. Het vak wordt nu pas echt verjongd.

In de koffiepauze staan in een hoek wat senioren bij elkaar. Roken doen ze allang niet meer. Ze kijken op hun smartphone of er nog nieuwe opdrachten binnenkomen en twitteren naar hun volgers dat ze op een zeer interessant loopbaancongres zitten. De pensioengerechtigde leeftijd is inmiddels opgetrokken naar 70 jaar, dus ze moeten nog even mee. Ze begeleiden nog steeds cliënten naar een interessante toekomst, in maximaal drie gesprekken. De rest gaat via internet en twitter.

Misschien hadden ze toch informatica moeten gaan studeren, net als mijn kleinzoon.

05 - 10 - 2012

________________________________________________________

 

VISITEKAARTJES

Jarenlang waren visitekaartjes een symbool van burgerlijkheid

en ouderwetsheid. Zo'n ding had je niet, je zou je doodschamen.

Het was iets van vroeger. Studenten die kandidaatsexamen deden

en dan visitekaartjes lieten drukken met onder hun naam de woorden

'jur. kand.' Statussymbool uit vervlogen tijden.

In 2012 kun je als werkend mens niet meer zonder visitekaartjes. Liefst met

een mooi metalen doosje er omheen, maat creditcard. Het kaartje zelf laat

zien hoe creatief je bent. Niet meer wit met zwarte letters en verder niks.

Een beetje visitekaartje laat ook in beelden zien wie je bent, wat voor werk

je doet en hoe goed je bent. Aan twee kanten bedrukt natuurlijk.

Via internet of bij een copyshop kun je kiezen uit honderden designs in alle

kleuren. De tekst bedenk je zelf, je beeldmerk kies je uit de voorraad of je

maakt zelf een ontwerp. Personal branding, laat zien wie je bent, what you

see is what you get. De copyshop is duurder dan de internetwinkel, maar

besteedt er ook meer tijd aan en maakt je attent op eventuele fouten in

je ontwerp.

Ik heb sinds kort nieuwe visitekaartjes. Dubbel bedrukt, voor- en achterkant.

Met plaatjes die ook op mijn website staan, herkenbaar dus. Mijn oude

kaartjes waren nogal klassiek: alleen woorden. Naam, beroep, adres,

telefoonnummer, website en mailadres. Het zag er netjes uit, maar dat

was alles.

De nieuwe kaartjes zijn een stuk vrolijker. Kleurig. Design-achtig. Mooie

strakke letters. 'Gooi die oude maar weg', zei de ontwerper. 'Ja', zei ik.

Maar ik doe het niet. Nog niet. Ik moet even wennen. Ik identificeer me

nog steeds met het oude kaartje, hoe mooi het nieuwe ook is. Ze gaan

samen in het doosje. Voorlopig. Kan ik kiezen welk kaartje ik uitdeel.

Of twee tegelijk.

#  30 - 03 - 2012


________________________________________________________

 

SOLLICITEREN

'Heb je daar ervaring mee?'
De recruiter is aan het woord.
'Ja', zegt de sollicitant.

Gelukkig is dit een rollenspel in een training, waar de sollicitant
kan leren dat een gesprek geen examen is met ja en nee als antwoord.
Eigenlijk ben ik verbaasd over wat er gebeurt. Tijdens de lunch zat ik met
deze deelnemer aan tafel en hij was een prettige gesprekspartner. Vertelde
honderduit over de hond en de vakantie. Niks mis mee.
Nu is hij aan de beurt om het sollicitatiegesprek te oefenen. Voor een
vacature waar hij echt in geïnteresseerd is, waar hij de goede opleiding en
voldoende ervaring voor heeft. Maar waarbij hij ineens geblokkeerd raakt
en met een vuurrode kleur op zijn stoel zit.
Een van de andere deelnemers heeft de rol van waarnemer, en bij de
nabespreking vraagt hij: 'wat gebeurde er nou?'
Met elkaar komen we erop uit dat 'ja' niet genoeg is als antwoord op zo'n
vraag van de recruiter. Die heeft waarschijnlijk geen zin om aan de
sollicitant te zitten trekken, in tegenstelling tot de loopbaanadviseur die in
zo'n situatie met verdere vragen zijn cliënt helpt om het antwoord toe te
lichten. Al is het maar met de woorden 'vertel eens ...' Waardoor de cliënt
dan weer leert dat ja en nee niet genoeg is, en dat hij beter uit zichzelf
iets vollediger kan zijn.
De volgende kandidaat is niet te stoppen. Hij overspoelt de recruiter met
zijn woordenstroom, doet zijn best om niet in de situatie van zijn voorganger
terecht te komen. Voor de groep zijn dit de perfecte voorbeelden van hoe
het niet moet.
In de tweede oefenronde doen ze het allebei volmaakt.
Solliciteren kun je leren dus.

#  19 - 03 - 2012

________________________________________________________

 

 

GESPREKKEN

 

Massa's gesprekken voer ik in mijn hoofd. Met de mevrouw van de ziektekostenverzekering, met de meneer van de gemeente. Ik wil iets dat zij niet willen, wij zijn het niet met elkaar eens. Ik probeer dus in mijn hoofd het gesprek te oefenen dat ik aan de telefoon zal voeren.   Voor ik ga slapen laat ik het nog eens door mijn gedachten spelen. Innerlijke dialoog, heet dat in counselling-termen. Een dialoog met jezelf of met een imaginaire ander. Bij zo'n innerlijke dialoog ben je regisseur en speler tegelijk, maar ook speler en tegenspeler. Je bedenkt je eigen tekst, en tevens die van je gesprekspartner.

Het is een veilige manier van oefenen: niemand hoort je, afgaan kan dus niet. Als het gesprek niet goed loopt, draai je in je hoofd het filmpje terug en je begint opnieuw. Het werkt het beste met je ogen dicht: je hóórt dan niet alleen de gesprekken maar je ziet ze meteen, de beelden in je hoofd krijgen alle vrijheid.

Met gymnastiek kan het trouwens ook. Ik heb eens een cursus gevolgd, waar we liggend op de grond heel ingewikkelde oefeningen deden met de rechterkant van het lichaam: rechterarm, rechterbeen, schouder en heup. Moeilijk! Iedereen lag te worstelen voor hij de bewegingen goed kon uitvoeren. Daarna even uitrusten met je ogen dicht.

'Stel je nu eens voor', zei de cursusleider, 'dat je met je lìnkerkant al die oefen-bewegingen gaat maken. Niet echt doen dus, maar in je fantasie uitproberen, oefenen'.

Na een paar minuten konden de ogen weer open.

'Doe het nu maar echt', zei hij. En geloof het of niet, de bewegingen links gingen meteen de eerste keer foutloos.



Praten - en kijken - in je hoofd dus. Het enige risico dat je loopt, is dat je het per ongeluk hardop doet. Op de fiets, of in de rij voor de kassa bij de supermarkt. Dat merk je aan de gezichten van mensen om je heen. Die is gek, denken ze. Of jij denkt dat ze dat denken. En dan doe je gauw of er niets aan de hand is. Het is tenslotte een innerlijke dialoog.

#  07 - 07 - 2011

________________________________________________________

 

SCHRIJVERSTWIJFEL 2

'Help, ik zoek mijn passie' krijgt nog deze maand een tweede druk.
Dat hoorde ik enkele dagen geleden van de uitgever. Met de vraag
of ik nog correcties wilde aanbrengen.


Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Ik had gemerkt dat ik sommige
dingen (zoals de tips voor een assessment en de sollicitatietips voor vrouwen)
niet kon terugvinden in de inhoudsopgave. Dat gaat dus beter in de tweede druk.

Verder hoorde ik dat sommige lezers de inleiding overslaan, zo van 'nou ja, dat
is toch maar een inleiding'. Terwijl ik vind dat er best zinnige dingen in staan. Dus
heb ik er een nieuwe titel voor bedacht: 'Lees dit eerst'. Wie weet helpt het.

Tenslotte is het opvallend hoeveel mensen denken dat het boek 'Ik zoek mijn passie' heet. Het woord 'Help' op de omslag zakt zowat weg in het schuim van de cappuccino. Dat vond ik zelf erg toepasselijk, iemand die bijna verdrinkt en dan help roept. Maar blijkbaar ben ik de enige die deze associatie krijgt. Ook dit probleem heb ik voorgelegd aan de eindredacteur, die samen met de vormgever een oplossing bedacht: de melkchocoladeletters krijgen in de herdruk een mooie pure chocoladekleur.

Mijn schrijverstwijfel is nog steeds niet verdwenen. In feedback van collega loopbaanadviseurs en ook van andere lezers hoor ik dat ze erg hebben gelachen bij het lezen van mijn boek. Mooie feedback dus.
Maar dat stemmetje in mijn achterhoofd vraagt zich af: 'wat is er dan zo leuk aan?' Want ik wist niet dat ik een grappig boek kon schrijven.
Zo ontdek je door feedback nog eens de onbekende kanten van jezelf.

#  05 - 11 - 2010

________________________________________________________

 

SCHRIJVERSTWIJFEL

‘Weet je dat je moeder in de Margriet staat?’
Nee, dat wist mijn dochter niet en ik wist het zelf ook niet. In de rubriek ‘mail en win’, waar je een boek kunt winnen als je goed motiveert waarom je juist dat boek wilt hebben.
Mijn boek in dit geval: Help, ik zoek mijn passie.


Ik laveer tussen het verlangen dat veel mensen mijn boek zullen kopen, en het gevoel dat het doodeng is dat het in de winkel ligt en misschien helemaal niet verkocht wordt. Af en toe denk ik aan een cartoon van Peter van Straaten; een schrijver staat in de boekwinkel en vraagt een beetje zielig: ‘waarom ligt mijn boek niet bij de kassa?’
In de grote boekwinkel waar ik vaste klant ben, ga ik op zoek maar ik kan het niet vinden.

‘Weet u waar ‘Help, ik zoek mijn passie’ ligt?’
De verkoper weet het ook niet.
‘Ja, ik ben de schrijver …’ zeg ik aarzelend.
Vervolgens vinden we het tussen de managementboeken. Vier exemplaren, in mijn ogen onzichtbaar temidden van de onvoorstelbare hoeveelheid die daar ligt uitgestald. Dit is erg goed voor mijn gevoel van bescheidenheid.
Sindsdien heb ik er niet meer naar gekeken als ik in die winkel kom.
Gelukkig krijg ik af en toe mailtjes van journalisten, die een stukje over het boek willen schrijven en wat aanvullende vragen hebben. Een paar telefonische interviews heb ik  achter de rug, voor VolkskrantBanen en voor het Belgische blad de Standaard. Het blad DUS van FNV Bondgenoten en NRC Next  gaan er ook over schrijven, en binnenkort staat een stukje in Intermediair.
Vanochtend om kwart voor acht gaat de telefoon. Mijn dochter uit Enschede: ‘Mam, je boek staat in De Twentse Courant/Tubantia, een stuk op twee pagina’s. Wist je dat?’ Zij durft trotser te zijn dan ik.
Bij mij heeft de schrijverstwijfel toegeslagen.

('Help, ik zoek mijn passie' is niet alleen te koop in de boekhandel, ook bij managementboek.nl )

#  03 - 09 - 2010

________________________________________________________

 

Ik zoek mijn passie

 

Op 17 juni  komt mijn boek van de drukker!!!

 

HELP, IK ZOEK MIJN PASSIE

                           

en 30 andere mythes over werk en loopbaan

                                         

auteur Els Ackerman

                                        

ISBN 978 90 491 0394 1   € 14,99
                                        
Uitgeverij Spectrum

 

 

Rondom werk en loopbaan bestaan vele mythes, die iedereen wel kent:
- 'Je moet werken vanuit je passie'

- 'Werk moet leuk zijn'

- 'Manager is beter dan medewerker'

- 'Boven de vijfendertig ben je al te oud'

- 'Netwerken is iets voor anderen, maar niet voor mij'

- 'Met een gat in je cv maak je geen kans op de arbeidsmarkt'

- 'De beste sollicitant krijgt de baan, dus je was niet goed genoeg als je wordt afgewezen'

en ga zo maar door. 

Na een inspirerend gesprek met een van mijn dochters heb ik een lijst gemaakt met loopbaanmythes die ik graag eens zou doorprikken. Misschien omdat ik al zo veel in dit vak voorbij heb zien komen, misschien ook omdat ik vrij nuchter tegen veel zaken aankijk. Die nuchterheid schijnt een van de kwaliteiten te zijn van mijn Loopbaanadviesrubriek op www.intermediair.nl, want dat krijg ik nogal eens als feedback. Blijkbaar weet ik mijn andere kant dan goed te verbergen, want ik vind nuchter niet genoeg. Het motto van mijn eigen bureau is dan ook: 'een pond veren vliegt niet als er geen vogel in zit'.

 

De meeste hoofdstukken bestaan uit drie gedeelten: een stukje over de betreffende loopbaanmythe, een vraag/antwoord dat in de rubriek op de website van Intermediair heeft gestaan en/of loopbaancolumns uit het papieren Intermediair. De hoofdstukken staan op zichzelf. Je kunt ze achter elkaar lezen of in de inhoudsopgave kijken welke mythes je aanspreken of juist niet. Zie het maar als een discussie over zaken waar je zelf misschien anders over denkt dan ik. Kwaad worden mag ook, want wat ik een mythe vind is misschien voor de lezer een heilige waarheid.

Ik hoop dat ik je nieuwsgierig heb gemaakt.

 #  17 - 06 - 2010

________________________________________________________

 

 

DE BESTE LOOPBAANBOEKEN VAN HET
EERSTE DECENNIUM

In de eerste tien jaar van de 21e eeuw zijn er meer loopbaanboeken op mijn vakterrein verschenen dan in de vijftig jaar daarvoor. Dit zijn de boeken die ik vaak aan mijn cliënten en aan Intermediairlezers aanbeveel.

1. Jij bent aan Z

Eigentijds loopbaanboek voor twintigers, dertigers en begin veertigers. Toegespitst op de hedendaagse werksituatie, met zowel aandacht voor zelfanalyse als voor praktische informatie.
Uitgeverij Nieuwezijds, ISBN 9789057122613 (tweede editie, 2008). De auteurs zijn Yolanda Buchel, Puck Dinjens, Stefan Heinis, Tanja Huiswit en Lodewijk de Waard.

2. Netwerken werkt

Een boek voor iedereen die merkt dat je er niet komt door alleen te reageren op gepubliceerde vacatures. Netwerken op zijn Nederlands, ontdekken dat je daar zelfs plezier in kunt krijgen. Een boek met uitdagende stellingnames en praktische oefeningen.
Uitgeverij Spectrum, ISBN 9789049103408. Geschreven door Rob van Eeden, en in 2009 al aan de 13e  druk toe.

3. Gericht onderhandelen

De ondertitel is 'Haal meer uit je loopbaangesprekken', en het is voor iedereen die wel eens onderhandelt over een opleiding, vakantiedagen, thuiswerken en natuurlijk over salaris.
Uitgeverij Spectrum, 2006,  ISBN 98790274 40167. Geschreven door Arjan Broere.

4. Assessment doen

Moet je tijdens een sollicitatieprocedure een assessment ondergaan, dan is dit boek een onmisbaar hulpmiddel. Je weet zo van tevoren ongeveer wat je te wachten staat en dat helpt echt.
Uitgeverij Spectrum, ISBN 9789049102524. Geschreven door Bas Kok en Ferry de Jongh. In 2009 de 14e druk.

5. Handboek freelancen

Voor iedereen die erover denkt voor zichzelf te beginnen. Het verschijnt om de twee jaar, aangepast aan nieuwe wetten en regels. Een uiterst leesbaar naslagwerk over allerlei aspecten van ondernemerschap.
Uitgeverij Nieuwezijds, 2008,  ISBN 9789057122620. Geschreven door Tijs van den Boomen en Wilma van Hoeflaken. (ook verkrijgbaar als Handboek Zelfstandigen)

6. Loopbaanzelfsturing

Dit boek zet niet alleen aan tot doen maar vooral ook tot reflectie en nadenken. Boven de veertigers spreekt het meer aan dan de jongste generatie werknemers, heb ik gemerkt. Het bevat een groot aantal modellen en oefeningen en sluit aan bij de Hoogendijk-methodiek waar veel adviseurs mee werken.
Uitgeverij Business Contact, 2008,  ISBN 9789047000730. Geschreven door Adriaan Hoogendijk, en in 2008 al aan de 13e druk toe.

7. Vang je eigen schaduw

Een boek dat helpt om naar jezelf te kijken, met papieren workshops als 'kracht en kwaliteit', 'ontspannen', 'knopen doorhakken' en 'veranderen en accepteren'.
Je begint dit boek met  het schrijven van je levensverhaal, en maakt daarna een keuze voor workshops die op jou van toepassing zijn. Je moet wel bereid zijn tot reflectie, maar ook tot het vragen van feedback aan anderen die je goed kennen.
Uitgeverij Thema, 2008, ISBN 9789058710901. De auteurs zijn Margriet Bienemann en Rupert Spijkerman.

8. Solliciteren via LinkedIn

Zeer actueel en up to date,  met  aanwijzingen hoe je de sociale media kunt inzetten om nieuw werk en opdrachten binnen te halen. Met die media kan veel meer dan je als gemiddelde LinkedIngebruiker vermoedt, ongeacht of je gevonden wilt worden door een recruiter of dat je zelf op zoek bent naar nieuwe zakelijke contacten.
Uitgeverij Spectrum, 2009, ISBN 9789049103033.  Auteurs zijn Aaltje Vincent en Jacco Valkenburg.

9. Help, ik zoek mijn passie

Dit boek is er nog niet. Het verschijnt in 2010 bij Uitgeverij Spectrum, en de uitgever en ik zijn het nog niet eens over de titel. Het gaat in elk geval over de talloze mythes die er in loopbaanland bestaan, zoals het allesbepalende van de eerste indruk en het idee dat je een passie moet hebben om met plezier te kunnen werken.
Uitgeverij Spectrum, 2010, ISBN 9789049103941. Auteur: Els Ackerman.

#  05 - 01 - 2010


________________________________________________________


DE LAATSTE VRAAG

Het sollicitatiegesprek voor de zware managementbaan loopt op zijn eind, alle moeilijke vragen zijn gesteld. De sollicitant heeft voldoende ervaring, ze heeft zich goed voorbereid.


Een zware dag, dat wel. Twee gesprekken met verschillende commissies. De vragen overlappen elkaar gedeeltelijk, en ze voelt wat irritatie als ze voor de tweede keer haar verhaal vertelt. Waarom ze solliciteert, waarom juist bij deze instelling, wat haar managementstijl is. Ze geeft voorbeelden hoe ze een situatie aanpakt, maar vertelt ook van moeilijkheden waar ze tegenop liep en hoe het verderging.

De spanning glijdt langzaam weg. Het gaat goed, ze maakt contact, ze voelt het. Ze heeft haar huiswerk gedaan: het jaarverslag gelezen, regionale kranten bekeken, het organisatieschema en de website bestudeerd. Rondgebeld in haar netwerk, achtergronden van de verwikkelingen binnen de instelling boven water gekregen. Ze weet zelfs waarom haar voorganger echt wegging, en houdt haar gezicht in de plooi als de voorzitter meldt dat de vacature is ontstaan door interne verschuivingen.

'Dit is het beste gesprek dat ik totnutoe gevoerd heb', zegt ze tegen zichzelf. Ze kijkt terug op uitnodigingen voor interessante functies. De eisen die ze stelt zijn duidelijk: werk dat haar uitdaagt, dat ze niet met haar ogen dicht  en drijvend op haar routine kan verrichten. Niet op de winkel passen, maar een organisatie in verandering leiden en zichtbaar resultaat behalen. Voor haar geen glazen plafond.

In de laatste minuten weet ze het gesprek nog een draai te geven die haar in staat stelt haar overige interesses te etaleren. Haar ademhaling is rustig, haar rok van een lengte dat ze ook met haar benen over elkaar kan zitten zonder zich ongemakkelijk te voelen. De koffie is op, de lijstjes zijn van twee kanten afgewerkt. Ze verheugt zich op de lange treinreis naar huis, eerste klas, rustig zitten met een boek en terugkijken op het gesprek.
'Ik heb de baan wel', denkt ze, 'en ik doe het ook'.

De voorzitter kijkt de tafel rond, klaar om af te sluiten. Alom geknik, het is OK zo.
'Dan heb ik zelf nog een vraag,' zegt hij, 'die wil ik toch even kwijt. Mevrouw, kunnen we met u ook nog lachen?'

In de trein vraagt ze zich af hoe ze zo zeker weet dat deze baan niet doorgaat.

 

15 - 10 - 2009

 __________________________________________________________________

 

SCHRIJFLES

Nicolien Mizee is romanschrijfster en ze geeft schrijfles. Dat ontdekte ik toen ze columns publiceerde in de NRC. Over die schrijflessen. Ik las ze met rode oortjes, want ik geef zelf ook schrijfles. In het vakjargon heet dat 'schrijfdocent'.  Dat woord hoorde ik pas toen ik al een paar jaar lesgaf; ik had geen idee dat het echt een beroep was.
Eigenlijk is het ook geen beroep, tenminste niet officieel. Mijn collega's zijn journalist, tekstschrijver, leraar aan een middelbare school, wereldreiziger, romanschrijver of logopedist.  Net als in mijn 'echte' beroep (loopbaanadviseur) zijn er vele wegen die naar Rome leiden, maar geen enkele weg is officieel erkend.
Lesgeven doe ik dus op een manier die ik zelf heb uitgevonden, ook al heb ik inmiddels talloze boeken in mijn kast over schrijven en alles wat daarmee samenhangt. Nicolien Mizee – las ik in haar biografie -  heeft de schrijversvakschool gedaan, maar die leidt op tot schrijver en niet tot docent, voor zover ik weet. En schrijven kan ze.
Haar columns over lesgeven aan de Volksuniversiteit laten de wereld van de schrijfcursisten zien. Van de loodgieter tot de hoogleraar, of zoals ik zelf in een van mijn groepen meemaakte, van fietsenmaker tot gynaecoloog.  Mizee geeft haar eigen observaties en haar eigen verwondering. De cursisten willen hun verhaal kwijt en de docent probeert de belangrijkste 'verhalenwet' over te brengen:
 'in een verhaal komt iemand tot inzicht, hoe klein ook. Hij denkt iets, dan gebeurt er wat, en dan denkt hij iets anders.'
Op de achterflap van het boekje 'Schrijfles' (uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, ISBN 978 90 388 9111 8) heet dat 'de Eerste Wet van Mizee' : iemand wil iets, dat gaat mis, en dan gebeurt er iets anders…' 
Al lezend ontmoet ik zeer herkenbare cursisten en een docent bij wie ik zo in de klas zou willen zitten.  Kopen dus, dat boek.

22 - 06 - 2009

 

 __________________________________________________________________

 

RTL Z

Wie kijkt overdag naar de tv? Ik niet, maar blijkbaar genoeg anderen doen dat wel. De zender RTL Z had op 19 juni een korte uitzending naar aanleiding van de nieuwe voorspellingen van het CPB (Centraal Plan Bureau) over de stijging van de werkloosheid. Tot mijn verrassing kreeg ik een uitnodiging om in het panel te zitten en vragen van kijkers te beantwoorden.
Inmiddels staat de uitzending op internet, te vinden via
 

http://www.rtl.nl/components/financien/rtlz/miMedia/2009/week25/vr_kijker_aan_z_19_juni.avi_plain.xml

Er bestaat vast een handiger manier om dit in mijn weblog te zetten, maar die heb ik nog niet kunnen ontdekken.
Wil je mij in het panel zien en uiteraard horen praten, kopieer de link dan naar je browser. En als je denkt 'wat zit ze toch op die stoel te draaien in het begin', dan klopt dat. In de nieuwsstudio van RTL hebben ze stoelen met wiebelkussens. Speciaal ontworpen om er voor te zorgen dat je 'actief zit' en niet onderuit gaat hangen. Want dan val je van je stoel.

#  21 - 06 - 2009

 __________________________________________________________________

 

REORGANISATIE

'Ik heb me jaren lang te pletter gewerkt voor die tent!'
Bijna vijfentwintig jaar bij dezelfde werkgever en in die tijd is hij opgeklommen van technicus tot zwaarbetaalde manager. Een selfmade man, sportief, stevig, met humor; een echte Amsterdammer die zijn accent nooit helemaal is kwijtgeraakt.

Het bedrijf is aan het reorganiseren. Ze willen hem niet kwijt, maar gaan hem inzetten op een zware commerciële functie zonder lijnverantwoordelijkheid. Dat doet pijn, na vijfentwintig jaar. Hij weet niet of hij die baan wel wil, ook al omdat hij dan komt te werken onder zo'n manager-nieuwe-stijl die 'de ballen' van het bedrijf weet. En z'n vrouw vindt ook dat hij daar nu maar eens weg moet. Tijd voor bezinning op zijn loopbaan.

In zeer intensieve gesprekken begint hij terug te kijken op zijn leven. De keuzes die hij gemaakt heeft, hoe hij dat deed en wie of wat hem daarbij heeft beïnvloed. Gevoelens komen terug over situaties van lang geleden, bijvoorbeeld over afscheid nemen, winnen en verliezen. Van het verleden maakt hij dan de overstap naar het heden: een analyse van wat hij te bieden heeft, wat haalt een bedrijf met hem binnen, wat is de uitdagigng die hij nu zoekt. Hiermee komt hij bij de toekomst terecht: hoe nu verder. Door de gesprekken krijgt hij een helder beeld van zijn kwaliteiten en zijn belemmeringen.
Langzamerhand gaat hij daardoor mogelijkheden zien om de nieuwe functie op een andere manier in te vullen, maar ook van de voorwaarden die hij daarbij aan de directie zal voorleggen. Hij ontdekt dat de concurrentie in hem geïnteresseerd is. Als hij wil kan hij overstappen, maar zijn loyaliteit ligt duidelijk bij de thuisbasis.

In het afrondingsgesprek met de directie geeft hij duidelijk en goed beargumenteerd aan dat hij kiest voor de nieuwe functie.
'Had je dat niet zonder die loopbaangesprekken kunnen bedenken,' zegt de CEO.

Het antwoord komt meteen: 'zonder die gesprekken was ik negatief aan de baan begonnen; nu heb ik echt een keuze gemaakt en ik begin er met plezier aan.'
De volgende dag gaat hij kennismaken met zijn nieuwe manager.

#  14 - 04 - 2009

 __________________________________________________________________

PERFECTE PRESENTATIE

 

 

Elke loopbaanadviseur werkt wel eens met een cliënt aan een presentatie. Solliciteren is tenslotte niets anders dan je presenteren, en hoe doe je dat? Het komt ook nogal eens voor dat mensen bang zijn om voor een groep te staan en hun verhaal te vertellen. Of dat ze het moeilijk vinden om tijdens een bespreking of een vergadering uit te komen voor hun mening als die afwijkt van het gemiddelde. Vooral als die afwijkt van de mening van het management.
De meeste adviseurs hebben zelf wel eens een presentatietraining gevolgd en daar geleerd hoe ze moeten staan of zitten, hoe ze met powerpoint of een beamer kunnen omgaan of hoeveel woorden ze maximaal op een sheet of een flipover mogen zetten. Zelf ben ik nooit vergeten hoe een trainer een video liet zien van een spreker die zich vasthield aan een katheder en voortdurend met zijn lichaam van voor naar achter zwaaide zonder dat hij zich daarvan bewust was. Video is een mooi hulpmiddel in trainingen, je ziet jezelf dingen doen die je bij een ander meteen zou aanwijzen als 'doe dat nooit'.
Je kunt ook verkeerd gedrag aanleren tijdens een training, soms door foute interpretatie van de feedback die je kreeg. Ik oefende eens een sollicitatiegesprek met een cliënt die er nogal vreemd bij zat: een beetje gebogen naar voren hangend, zijn handen onder zijn dijbenen geklemd op de stoel. Gewrongen, en zo verliep ook het gesprek.
Na afloop vroeg ik 'waarom ben je de hele tijd op je handen blijven zitten?'
'Ja, ze hebben me ooit tijdens een training verteld dat ik te veel met mijn handen sprak, en dat mocht niet.'
Vanochtend heb ik via internet zitten kijken naar een tv interview met David Bloch, over het onderwerp presenteren. David is een Engelsman die bijna perfect Nederlands spreekt en een expert is in alles wat met presentatie te maken heeft. Hij stuurde me een mailtje met zijn nieuwe adres in het Oosten van Nederland en daarin stond ook de link naar het interview: http://www.regioz.nl/index.php?elementId=rz_tg_030&filmpje=rz_tg_030&panel=talkshows&img=rz_tg_030&autostart=false
Vijfendertig minuten is lang, maar wel leerzaam. Natuurlijk kreeg hij aan het eind van het interview de gelegenheid voor het pousseren van zijn boek 'Presentatiemythen' (uitgeverij Academic Service, ISBN 90 5261 414 8). Het dateert alweer van enige tijd geleden, maar via www.perfectpresentation.nl is het vast nog wel te krijgen.

#  26 - 03 - 2009

 __________________________________________________________________

 

WAARTOE IS DEZE TENT OP AARDE?

Kantoorjargon is iets anders dan vakjargon. Als loopbaanadviseur kan ik met een cliënt praten over zijn zelfbeeld. Ik kan hem als huiswerk meegeven om feedback te vragen aan bekenden en collega's. Daar hoef ik verder niets over uit te leggen.
Maar een go/no-go datum vraagt om een verklaring, net als bottom up of dossier maken.
Gelukkig is er nu een boekje waar vakjargon en kantoorjargon broederlijk of zusterlijk in verenigd zijn. Carien Overdijk schreef 'Waartoe is deze tent op aarde?' (uitgeverij Nieuwezijds, ISBN 978 90 5712 290 3), een taalkit voor  kantoorprofessionals.
Een boekje vol woorden of zinnetjes die nergens anders dan op kantoor te horen zijn, staat in de inleiding. Zinnetjes die soms een eigen leven gaan leiden, zodat je ze ineens in een totaal andere omgeving tegen kunt komen.
Dit taalgebruik is ook aan mode onderhevig. Ik heb al in geen tijden de vraag gehoord 'zullen we dit even kortsluiten?' , maar ik hoor al jaren van mensen dat ze niet met hun manager door de deur kunnen. Oud en nieuw, het staat er allemaal in. Creatief boekhouden, out of the box, pro-actief, stappenplan en aandachtspunt.
Leuk kadootje voor de collega die vaak dit soort woorden gebruikt.

#  13 - 03  2009

 

 __________________________________________________________________

 

SOLLICITATIE-FRUSTRATIE

Nummer één worden en de baan toch niet krijgen. Deze ervaring staat hoog genoteerd in de toptien van sollicitatie-frustraties. Als troost vertel ik soms het verhaal van mijn eigen eerste sollicitatie.

 

Het speelt in de tijd dat radio nog een grote plaats inneemt en televisie net begint te komen. Op de middelbare school is ontdekt dat ik een goede microfoonstem heb en het talent om een tekst zo voor te lezen dat het lijkt alsof ik improviseer. Blijkbaar is dat iets bijzonders, want ik krijg een auditie bij een Hilversumse omroep. Al snel zit ik wekelijks als freelancer in een uitzending.
Een andere wereld. Jij en jou zeggen tegen bekende journalisten die veel ouder zijn dan ik. De spanning van live uitzendingen, want alles gaat direct de lucht in. Fanmail van jongens die uit mijn stem opmaken dat ik lang blond haar heb en blauwe ogen, het Veronica-type avant la lettre. Mijn wereld bestaat nu voor driekwart uit radio, de school is bijzaak. En natuurlijk wil ik radio-omroepster worden.

Vlak voor mijn eindexamen zie ik in de krant de advertentie waar ik van droom: omroepster in Hilversum. Ik schrijf een brief en de uitnodiging voor het eerste gesprek valt kort daarna in de bus. Via mijn contacten hoor ik dat er meer dan 350 brieven zijn binnengekomen, voor die tijd zeer veel. De eerste ronde, de tweede en ook de derde overleef ik met gemak. Stemtestjes, oefensessies, alles gaat prima. Tenslotte de uitnodiging voor een gesprek met het bestuur. Via de interne tamtam verneem ik dat ik een van de twee overgebleven kandidaten ben.
Als verlegen negentienjarige kom ik binnen bij de oudere heren van het bestuur. Ze zagen me door over allerlei onderwerpen en tenslotte vraagt de voorzitter 'hoe oud bent u nu eigenlijk?' Want mijn leeftijd heb ik niet in de sollicitatiebrief gezet. Ik weet dat ze iemand van minstens 23 willen, ook al staat dat niet in de advertentie. Op mijn antwoord begint de hele vergadering luid te lachen, en ik voel dat het over is.
Later hoor ik informeel dat ik wel als nummer één geëindigd ben. Ook nummer twee krijgt de baan niet. Het bestuur is zo wijs om een man aan te nemen die niet gesolliciteerd heeft, terwijl ze expliciet een vrouw gevraagd hebben, dat mocht toen nog. Binnen het jaar verdwijnt die man naar een concurrerende omroep. Bij dat bericht voel ik dan wel een tikje leedvermaak.

Mijn leven gaat daarna een andere kant uit. Gelukkig, kan ik nu zeggen. Toen niet.

#  11 - 03 - 2009

__________________________________________________________________

 

EEN GEWONE BAAN

Jaren geleden kreeg ik een cliënt met een interessant cv. Nico had een unieke combinatie van veel levenservaring en weinig opleiding. Een aantal jaren werkte hij als scheepskok, zag in die tijd alle havensteden van de wereld. Soms bleef hij ergens hangen, pakte dan de baantjes aan die hij krijgen kon. Techniek, dienstverlening, verzorging, je kon het zo gek niet bedenken of Nico had het ooit gedaan. De flexibiliteit ten top. Uiteindelijk was hij gestrand in de veilige haven van huwelijk en gezin. 'De wilde haren zijn eraf', zei hij letterlijk met een glimlach. Die glimlach klopte wel, want hij begon aardig te kalen.
De arbeidsmarkt was ook toen niet zo gunstig, maar ik was toch verbaasd dat hij een adviseur nodig had om werk te vinden. Met zo'n veelzijdige ervaring en zo'n grote flexibiliteit,  wat doe je dan nog bij een gewone Nederlandse loopbaanadviseur? Ik had het vermoeden dat hij de mogelijkheden op de arbeidsmarkt beter kende dan ik.
Ik begon dus maar te vragen wat hij wilde. Dat was 'een gewone baan', regelmatige werktijden, geen stress en vooral geen gezeur aan zijn hoofd.
'Hoezo geen stress?', informeerde ik. Nico zag er uit als de rust zelf, zat op de stoel in mijn werkkamer alsof die van hem was. Geen nerveuze bewegingen, geen getik met de vingers, geen ogen die de andere kant uitkeken.
'Nou ja', zei hij, en het bleef even stil, 'mijn vrouw kan er niet zo goed tegen'.
Dat maakte het voor mij nog niet veel duidelijker.
'Vertel daar eens wat over?', vroeg ik dus.
'Ja, die wil het eten precies om zes uur op tafel hebben', was zijn volgende zet.
Het beeld van een Hollands binnenhuisje met de schone gang en handen wassen voor het eten werd langzamerhand helder. Mijn cliënt, avonturier in ruste, had bakzeil gehaald voor de pronte Hollandse huisvrouw met aardappels en jus en eten om precies zes uur 's avonds. Hij voelde zich er niet ongelukkig bij, de wilde haren had hij behoorlijk uitgeleefd en de kinderen waren lief. Nu nog werk waarbij hij gewoon om zes uur thuis kon zijn. Geen continudienst, maar ook geen eigenwijze chef die alles beter wist. Hij had alles al een keer meegemaakt en wist precies wat hij doen moest. Nee, geen kantoorwerk, daar had hij geen geduld voor. Ook niet op de glasfabriek, dat kon alleen in continu. Buschauffeur dan? Nee, dan moest je ook 's avonds werken en in het weekend, dat kon niet voor zijn vrouw. Portier, heb je daar wel eens aan gedacht? Of bewaker in een parkeergarage?
Het soort werk dat paste bij wie hij was, had altijd een ietwat onregelmatige component. Tijdens onze gesprekken zag ik flitsen op zijn gezicht verschijnen bij dat soort banen, maar hij wist ze iedere keer snel uit te doven. Ik weet niet eens meer welke keuze hij uiteindelijk maakte, maar wel dat ik het gevoel had dat de baan meer bij zijn vrouw paste dan bij hem.
Ik zou Nico allang vergeten zijn als ik zijn gezicht de laatste jaren niet regelmatig was tegengekomen op de televisie. Als figurant in soapseries en krimi's, en in allerlei commercials. Ik schat in dat hij zeker bij drie verschillende castingbureaus staat ingeschreven. Of hij nog getrouwd is weet ik niet.

# 09 - 03 - 2009

__________________________________________________________________

 

DESKUNDIGHEIDSBEVORDERING

De mevrouw die de lezing houdt gaat als een razende door haar tekst heen. Af en toe kijkt ze op, alsof ze met schrik ontdekt dat er ook nog luisteraars zitten. Ik probeer in het begin te volgen wat ze zegt, en merk dat ik allang weet wat zij daar staat te vertellen.

Ik trek een serieus gezicht alsof ik nog steeds bij de les ben, maar intussen vang ik alleen nog losse woorden op. De andere aanwezigen drinken koffie, zitten met het hoofd in de handen, bijten nagels, leunen zwaar met de kin op hun hand, krabben wat in het rond. Op de achtergrond ritselt een schoonmaker met papier en plastic zakken.

 

Plotseling verandert de stem van de voorleesmevrouw: ze heeft haar tekst losgelaten en vertelt nu gewoon iets bij een schema dat ze vertoont met de overheadprojector. Heel even is ze echt aanwezig, ze maakt nu wel contact met de mensen die er zitten. En dan gaat ze verder met haar tekst, ze heeft het echt goed voorbereid. Straks krijgen we allemaal een kopie van haar verhaal, zei ze in het begin. Ik hoef dus niet meer te luisteren, en ik glijd weer weg in mijn eigen fantasiewereld. Daarin staat iemand een lezing te houden die haar papieren thuis heeft laten liggen, en die daardoor gewoon uit haar duim een verhaal vertelt. Persoonlijk, sprankelend en af en toe even zoekend naar woorden. Zoals ik het zelf zou willen kunnen.

Ik zit nog steeds in de zaal en zie tegenover mij een man letterlijk in slaap vallen. De schoonmaker ritselt nu iets zachter. Ik zie hem af en toe langs schieten bij een open deur achter de spreekster. Mijn fantasie gaat over in een visioen: de schoonmaker is klaar en doet de deur op slot, hij kan weer naar huis. En wij zitten de hele nacht opgesloten met een mevrouw die niet meer kan ophouden en steeds opnieuw haar verhaal afdraait. Tot wij het allemaal in koor met haar mee gaan opdreunen. Tot wij alles weten van dyslexie.

In het visioen doe ik tenslotte vermoeid mijn ogen dicht. Ik voel de rust van mijn ademhaling.

Het applaus is oorverdovend. En de glimlach van mijn buurman veelzeggend.

 

# 07 - 03 - 2009

__________________________________________________________________

 PARACHUTE

De nieuwste druk van 'Welke kleur heeft jouw parachute' ligt op mijn tafel. 'Zware tijden editie', staat op de kaft. Het meest klassieke loopbaanboek, geschreven door Richard N. Bolles (ISBN 978 90 5712 279 8), is geheel aangepast aan de huidige economische situatie. Banen zoeken in zware tijden, staat boven de brief die uitgever Michiel ten Raa (uitgeverij Nieuwezijds) rondstuurt.

Geen idee de hoeveelste druk dit is, dat staat er niet in. Wel een aantal nieuwe namen bij de vertalers. Bolles schrijft in zijn voorwoord dat er al tien miljoen exemplaren gedrukt zijn, en hij heeft nog steeds de energie om elke nieuwe druk voor een deel te herschrijven. Dat doet hij dus al sinds 1970, toen in Amerika de eerste druk verscheen.
Waarschijnlijk is dit het meest complete loopbaanboek op aarde, het wordt ook steeds dikker. Mensen die niet van lezen houden of die dyslectisch zijn zal ik dit boek niet gauw aanraden, in dat geval is het te veel van het goede. De nostalgische illustraties zijn voor heel jonge mensen misschien wat oubollig, maar die generatie leest toch alleen op internet, zegt men. Voor alle anderen kan de Parachute een goede keuze zijn. Toch raad ik altijd aan om in de boekwinkel verschillende loopbaanboeken in te kijken, en dan het boek te kopen waarbij je het gevoel hebt 'dit is echt voor mij'. Eigenlijk zoals je ook een loopbaanadviseur uitkiest.
Helemaal aan het eind van het boek, in bijlage C, staat trouwens een interessant verhaal over het kiezen van een loopbaanbegeleider of adviseur. Verhelderend voor ieder die denkt dat hij een adviseur nodig heeft. Waar moet je op letten, welke vragen moet je stellen, wat zijn de goede en de slechte antwoorden en wat kost het.

# 05 - 03 - 2009

__________________________________________________________________

NETWERKEN

Wat valt er nog meer over netwerken te schrijven dan Rob van Eeden deed in 'Netwerken werkt'? Ik zou het niet weten. Zijn boek staat in mijn lijstje van 'praktische boeken' op deze website, en ik heb het aan ik weet niet hoe veel mensen aanbevolen. Het boek is - of was - een bestseller en Rob kreeg het zeer druk omdat iedereen bij hem een netwerktraining wilde volgen.

Ik heb daar zelf ook even van geproefd tijdens een workshop die Rob gaf op een conferentie voor loopbaanadviseurs. Interessant, plezierig en vooral heel Nederlands. Niet dat overdreven Amerikaanse gedoe dat over de oceaan naar ons toegewaaid is.Blijkbaar valt er toch nog meer over dit onderwerp te schrijven, want onlangs verscheen 'Netwerken. Zo eenvoudig is het (niet).' Weer van Rob van Eeden en uitgegeven door Spectrum, ISBN 978 90 491 0048 3. Deze keer meer over netwerken in het algemeen en minder gericht op netwerkgesprekken als onderdeel van solliciteren of outplacement.
Ik heb er in elk geval een nieuw woord van geleerd: borrelbabbelen. Nu heb ik een hekel aan woorden als babbelen en gebabbel, en borrelbabbelen is in mijn ogen nog een graadje erger. Maar blijkbaar zijn er mensen die deze woorden gebruiken. Misschien omdat het netter klinkt dan borreltafelpraat?
Rob schrijft in zijn inleiding dat hij door anderen werd gestimuleerd van dit nieuwe boek een persoonlijk verhaal te maken. Hij begint dan ook met een prachtige herinnering aan zijn opa, wie het netwerken was aangeboren ook toen niemand het nog zo noemde. Opa was een topverkoper en hij hield van mensen. Houden van mensen en ze aandacht geven is de rode draad die door dit nieuwe boekje loopt.
Het is vormgegeven als een klassiek adressenboekje, en een van de dingen die Rob aanraadt is om dat adressenboekje in ere te herstellen. Niks elektronische adressenlijst, gewoon op papier. Regelmatig aanvullen met de gegevens van nieuwe mensen die je ontmoet, bijhouden dus.O jee, dacht ik toen ik dit las. Ben ik net overgegaan op een elektronische agenda, lekker alles bij elkaar in een beeldschoon apparaatje, daar begin ik dus niet aan.
Het is trouwens een echt netwerkboekje, want het is voor een groot deel geschreven door mensen uit het netwerk van Rob van Eeden. Ze maken allemaal reclame voor hun eigen praktijk, compleet met vermelding van hun websites. Eerlijk gezegd interesseren de ideeën van die mensen mij veel minder dan die van Rob zelf. Ik had graag willen lezen wat hij nog had toe te voegen aan zijn vorige boek, en ik vraag me ook af wat de doelgroep van dit nieuwe boek is. Waarschijnlijk iedereen uit het netwerk van de auteurs, en volgens de rekensommetjes die in het boek staan beslaat dat ongeveer de hele wereldbevolking.
Gelukkig relativeert Rob van Eeden in zijn eigen tekst de waarde van dat gecijfer. En lang niet iedereen is zo'n natuurtalent als de opa van Rob. Ik zeker niet.
P.S. Rob heeft me wel nieuwsgierig gemaakt naar Linkedin.

#  26 - 02 - 2009 __________________________________________________________________

EEN POND VEREN

Een pond veren vliegt niet als er geen vogel in zit. Een paar jaar geleden zag ik deze zin op een prikbord, en wat later ontdekte ik hem ook op een Rotterdamse vuilniswagen. Dat laatste mag misschien vreemd klinken voor mensen die elders in het land wonen, maar in deze stad zijn de vuilniswagens gesierd met dichtregels en andere levenswijsheden.

Een pond veren vliegt niet als er geen vogel in zit. Het raakte me, omdat ik regelmatig meemaak dat mensen in een prachtige baan zitten en zich toch niet gelukkig voelen in hun werk. Ik wijs dan wel eens op de foto van een grote vogel die nu in mijn werkkamer staat, met deze spreuk eronder. Het geschenk van een cliënt die het gevoel kreeg dat hij weer vliegen kon.
'Zit er nog een vogel in?' vraag ik dan cryptisch, maar het leuke is dat iedereen het meteen begrijpt. Voor kleine ondernemers en andere zelfstandigen geldt precies hetzelfde. In het boekje 'Je eigen bedrijf. Ondernemen in een nieuwe tijd' van Gerda en Everdien Hamann staat 'elk bedrijf heeft net zo veel ziel als een ondernemer er in stopt'. Soms is die ziel of die vogel eruit verdwenen, je gaat gewoon nog een beetje harder werken en dan moet het over zijn. Je wordt er toch goed voor betaald? Het is toch zo'n baan waar iedereen jaloers op is? Je droomde toch al zo lang van een eigen bedrijf?
Een huisarts noemde dit eens de 'plichtsbesefvergiftiging', het gedragspatroon waardoor mensen gewoon doorgaan met wat ze doen omdat ze denken dat het van ze verwacht wordt. Ook als dat allang niet meer klopt, als de verliefdheid op de baan is omgeslagen in een haatliefde verhouding die vergiftigend werkt op henzelf en de omgeving. Daar kun je jaren mee doorgaan. Compagnons kunnen elkaar bijna letterlijk doodpesten terwijl ze ooit als vrienden of familie met elkaar begonnen zijn.
Iets beëindigen is misschien net zo moeilijk als iets beginnen. 'Het zal mijn tijd wel duren' klinkt erg berustend, maar daaronder zit de woede of het verdriet en het verlangen naar de vogel. Een punt ergens achter zetten vraagt moed, ook om eerst goed te kijken wat je dan wèl wilt en hoe je dat kunt bereiken. Soms is die punt niet eens nodig, en kun je door een kleinere of grotere verandering in de huidige situatie die vogel weer binnenlaten.
Deze wat filosofische overpeinzing verbreek ik door nog even te zappen met mijn televisie. Het is heel laat op de avond, en snel schiet ik door de verschillende zenders heen. Hé, een bekend gezicht, iemand die een paar jaar geleden bij me langs kwam toen hij op een dood punt zat en nu zeer zichtbaar stralend in het Journaal te zien is. Dat gebeurt wel vaker, zo op afstand volgen wat het resultaat is van eerdere bezinning. Of plotseling een vrouw op straat tegenkomen die het weer druk-druk-druk heeft, en zich gelukkig voelt. Zij weet nu hoe belangrijk die vogel is. Een pond veren is niet genoeg.

#  28- 01 - 2009

__________________________________________________________________

IMAGO

In zijn dure pak ziet hij er uit als een doodgraver. Antracietkleur. Somber. Onwennig. Hij hangt er een beetje in, alsof het twee maten te groot is. Als een pak van zijn vader.

De verzekeringsbranche, daar zit hij in. Moet voldoen aan het imago van betrouwbaar, solide en conservatief. Dat is dus niet gelukt. Boven het pak een aarzelende glimlach en twee stralend blauwe ogen. Ze kijken alsof ze de wereld niet helemaal begrijpen. Jonge honden hebben dat ook, speels en met van die poezelige pootjes die veel later zullen uitgroeien tot de poten van een grote herder.

De kans om uit te groeien heeft hij niet gekregen. Hij paste niet in het team, was te weinig zelfstandig en niet wantrouwend genoeg tegenover klanten die de boel wilden oplichten. Kortom, geen verzekeringsman. Hij begint zijn loopbaantraject met het idee dat er genoeg andere bedrijven in diezelfde branche zijn waar hij terecht kan. Niet dat hij dit vak zo leuk vindt, maar het is een manier om je brood te verdienen. De zee is zijn grote liefde, hij heeft een paar jaar als stuurman gevaren, maar dat is voorbij. Het is nu tijd om nuchter te zijn en pragmatische beslissingen te nemen, zegt hij. Elke keer dat ik hem zie hangt het pak droefgeestiger om hem heen. Het past niet.

Op een dag zie ik hem binnenkomen in een spijkerbroek en een trui. Hij heeft het weekend gezeild. Een andere man. Bruisend van energie. Sterk. Zelfstandig. Iemand die weet wat hij wil. Zo kan hij dus ook zijn, denk ik. En daarover ga ik met hem in gesprek.

Op het ogenblik zwerft hij met zijn eigen boot over de wereld. Betalende passagiers. Niet de levensweg die de meeste veiligheid en zekerheid biedt. Ook niet het hoogste inkomen. Maar voor hem nooit meer het antracietgrijze pak

__________________________________________________________________

KWAAD

De man aan de andere kant van de tafel ademt zwaar. Zijn gezicht is rood en pafferig. Fletsblauwe ogen achter brillen-glazen kijken mij woedend aan. Zijn handen zijn tot vuisten gebald. Zweet staat op zijn voorhoofd.
'Die krantjes daar beneden, in die wachtruimte! Waardeloze troep! En dan stond er ook nog zo'n stuk in over jullie bureau, met een foto van een man in zo'n gelikt pak! Dat is zeker de opperbaas! Waardeloos.'

Hij verwacht geen antwoord. In één moeite door vertelt hij over zijn directeur, de dokter, de psychiater, de wethouder, de afdeling personeelszaken, zijn collega's. Allemaal waar-deloos. Iedereen heeft hem de grond in getrapt. Zijn werk was voortreffelijk, boven iedere twijfel verheven, en nu hebben ze hem in de zeik gezet.

Hij verspreidt de geur van zweet en tabak. De spanning die hij uitstraalt is loodzwaar. Middenin de onderhandelingen met zijn werkgever zit hij nog, en ziekgemeld is hij ook. Vandaar die psychiater, maar daar heeft hij natuurlijk niets aan.

Ik adviseer hem om eerst samen met de vakbond de onderhandelingen met zijn werkgever af te ronden. Dan kan hij - als hij er aan toe is - met een schone lei beginnen aan het outplacement traject.
'Ik was niet anders van plan', gromt hij, 'ik kom nu alleen even kijken omdat het moet.'
'U bent kwaad hè', zeg ik in adviseurstaal.
Onder mijn ogen wordt hij nog roder dan hij al was, hij zwelt op als een grote strandbal. Ik verwacht ieder moment een explosie; zijn gebalde vuisten zijn mokers die direct op mijn hoofd zullen neerkomen, of anders op de tafel. Hij ademt nu zeer zwaar. Als hij zijn mond tenslotte opent zegt hij zachtjes en uitermate ingehouden: 'Kwaad? Ik? Ik ben helemaal niet kwaad!' Gelukkig versta ik ook lichaamstaal.

__________________________________________________________________

WORKSHOP

Haar vingers zijn blauw van het krijt. Op het papier verschijnen cirkels die elkaar lijken op te eten. Energie die tastbaar wordt. Ze loopt achteruit. Met het hoofd schuin kijkt ze op een afstandje naar haar werk. Zo zien haar idealen er dus uit, en zo de levensweg die ze nog te gaan heeft.

Een nieuwe opdracht. Samen met een andere deelneemster op een groot stuk papier een krijttekening maken, tegenover elkaar zittend. Begin maar, en kijk wat er gebeurt. Ieder aan een kant van het papier. Laat het gewoon ontstaan, maar wees je bewust wat je doet. Neem je initiatief? Volg je? Bescherm je jouw terrein? Let je op wat de ander doet of juist niet, en wat voel je daarbij?

Op het lege vel papier ontwikkelt zich een nieuwe wereld. Beeldschoon. Wat zij tekent laat ze naadloos overlopen in de kleuren van de ander. Ieder motief wordt herhaald. Elk hoekje van het blad symmetrisch gevuld. Ze werken om de beurt, en als het klaar is kun je niet zien dat het door twee mensen gemaakt is. Perfect.

Achteraf komen de twijfels. Ze ontstaan als de trainer vraagt: 'herken je dat in je leven, je zo naadloos aanpassen aan een ander dat niet te zien is wie jij bent?' De huilbui die dan losbarst geeft aan dat de spijker op z'n kop is geslagen. En het was nog wel zo'n beeldschone tekening.

__________________________________________________________________

GRIJS

Zo'n pak brieven heeft ze al geschreven. De map krijg ik van mijn collega die het kennismakingsgesprek gevoerd heeft.
'Dan heb je vast een indruk', zegt hij.
Ik begin te lezen en zie dat de brieven gedateerd zijn van vijf jaar geleden tot nu. Dat is niet niks, vijf jaar solliciteren zonder dat er een baan uitkomt die je hebben wilt.

Langzaam krijg ik een beeld van de schrijfster. Acade-mische opleiding, wat onderzoek gedaan, overgestapt naar een ministerie, beleidswerk en plaatsvervangend leiding-geven. Parttime baan. Een baan waaruit ze weg wil, en dat lukt maar niet. Ik probeer de krenten uit de pap te vissen, maar ik kan ze niet vinden. De brieven zijn keurig en saai. Geen taalfout te vinden, netjes getikt in de computer, niet te lang en niet te kort. Maar uit geen enkele brief krijg ik een levend beeld van de vrouw die ze geschreven heeft. Het blijft grijs, kleurloos, onbestemd. Nou, dat kan een hele klus worden.

Twee dagen later hebben we ons eerste gesprek. Ik val zowat van mijn stoel als ze binnenkomt. Niks grijze muis, een leuk kleurrijk en smaakvol gekleed mens dat levenslust en energie uitstraalt. Na de kennismaking stel ik haar de vraag die op mijn lippen brandt: 'hoe komt het dat een kleurrijke vrouw als jij zulke kleurloze sollicitatiebrieven schrijft?' Ze is even stil, en dan vertelt ze dat iemand in wie ze vertrouwen heeft, haar dat ooit heeft aangeraden. 'Dan zullen we er eens aan gaan werken dat je brieven meer op jou lijken,' zeg ik.

Vijf maanden later verhuist ze met haar gezin naar de andere kant van het land. De baan achterna die ze vindt nu ze haar kleuren ook op papier laat zien.

_________________________________________________________________